dinsdag 1 maart 2016

154.Strijd op Sicilia (260-255 v.C).


4.2.6.    De strijd op Sicilië tussen 260‑255.

Op Sicilië wordt het een pure uitputtingsslag. Hamilcar voert de oorlog daar erg handig met slimme aanvallen en slinkse overvallen. Voor een open veldslag is hij te zwak toegerust. Op diplomatiek terrein boeken de Carthagers ieder jaar winst, want telkens weer vallen Griekse of Siculische steden af van de Romeinen, die ze dan weer met grote moeite moeten terugveroveren. In het jaar 259 worden Camarina en Henna (door verraad) weer Carthaagse steunpunten. In het jaar 258 worden de Romeinse strijdkrachten op Sicilië verdubbeld en men gaat over tot het beleg van Panormus. Hier vlakbij ligt Solus, van oudsher een Carthaags steunpunt. Het is niet duidelijk, of deze plaats nu al is overgegaan naar het Romeinse kamp.*

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

                    *  Zie Boek 10.SOLUNTO  Das Ausgrabungsgebiet und das Museum. R.Gentile.  Soprintendenza beni culturali ed ambientali,
                                                    Palermo.  Folder: veel (lucht)foto's en overzichtskaart.

          Voor de gebeurtenissen van het jaar 256 wordt verwezen
            naar:
            Polybius 1,25‑7,37
            Diodorus 23,11‑18, 1 en 24,12

                AANTALLEN ZEESLAG ECNOMUS
                Moderne auteurs houden het op 230 schepen aan Romeinse zijde.
                De andere 100 schepen zouden dan eventueel de transportschepen
                geweest kunnen zijn. De Carthaagse vloot zou maar liefst 350
                schepen bedragen hebben, maar ook dit cijfer is te hoog. Een
                aantal van 200 schepen ligt meer in de rede. Aantallen van
                300‑350 oorlogsschepen zouden betekenen, dat aan roeiers en sol‑
                daten bijna 300.000 man in totaal op zee geweest zouden zijn.
                Het lijkt haast niet mogelijk. Zelfs bij aantallen van 200‑230
                oorlogsschepen moeten er in totaal ca.200.000 man op zee ge‑
                weest zijn. Zulke aantallen komen we op land nooit tegen!
                Aan Carthaagse zijde zouden dan overigens bijna 100.000 man
                bijeen vergaard zijn en dat is heel veel, als men bedenkt, dat
                de stad Carthago niet veel meer dan 200‑250.000 inwoners gehad
                heeft. Met de bondgenoten van Carthago mee, is het misschien
                mogelijk geweest om een vloot van 200 schepen, die hoofdzakelijk
                uit vijfdekkers bestond, uit te rusten met 80.000 man.
                Rome had wat meer bronnen ter beschikking en een getal van 330
                schepen bij de Romeinen is wat minder onwaarschijnlijk, dan de
                350 schepen bij de Carthagers.
                Hier wordt voor de statistiek uitgegaan van de gematigde aantallen van:
                230 Romeinse oorlogsschepen en 100 transportschepen
                200 Carthaagse oorlogsschepen

Hippana en Myttistratum moeten de Carthagers uiteindelijk opgeven, waarna de Romeinse consuls A.Atilius Caiatinus en C.Aquillius Florus zich tegen Henna en Camarina kunnen richten. Onderweg daarheen geraken zij bijna in een hinderlaag van Hamilcar. Daarna vallen Camarina, Herbessus en Camicus ten offer aan Romeinse plundering. Caiatinus steekt over naar Lipara, maar Hamilcar is hem net voor en neemt de haven met veel verliezen voor de Romeinse bondgenoten. Hamilcar bouwt ondertussen Lilybaeum en Drepanum tot sterke zeevestigingen uit. De bevolking van Eryx wordt voor een deel naar Drepanum overgebracht. De oorlog sleept zich zo jaar na jaar voort en de legioenen worden vermoeid van de vele marsen en belegeringen. Steeds vaker moeten ze her en der opstanden en Carthaagse aanvallen vanuit de zeevestigingen of vanaf de vloten het hoofd te bieden. De Romeinse poging om de Puniërs met de legioenen van Sicilië te verdrijven, is mislukt. Daarna wordt het geprobeerd met de bouw van een vloot, die de Carthaagse bevoorrading van de zeevestigingen moest onderbreken. In een aantal zeeslagen met wisselende kansen en uitslagen mislukte ook dat plan. Er is nog een derde mogelijkheid, die de Grieken reeds een maal eerder probeerden en dat is Carthago zelf aanvallen. Met behulp van de Griekse en Etruskische bondgenoten wordt een enorme vloot gebouwd, die het leger naar Carthago moet brengen.